Logo rijnenveluwe.nl


Alexander Bisseling werkt aan een vos in zijn nieuwe werkruimte. (foto: Marnix ten Brinke)
Alexander Bisseling werkt aan een vos in zijn nieuwe werkruimte. (foto: Marnix ten Brinke)

Het behouden van vergankelijkheid

Door een samenloop van omstandigheden en een portie geluk werd Alexander Bisseling twintig jaar geleden dierenpreparateur. “Ik ben begonnen met het looien van konijnenhuiden toen ik elf jaar was. De eerste twintig keer heb ik het totaal verprutst.”

Renkum - Die huiden kwamen van de buurman in Elst, die slager was. Op de middelbare school wilde hij meer weten over het vak. Ik ben naar de amanuensis van scheikunde gegaan, maar hij haalde alle informatie gewoon uit een boekje. Toen heb ik een brief geschreven naar de twee of drie echte leerlooiers die er toen nog waren. Volgens mij is er nu geen enkele meer over.”
Uiteindelijk kwam hij als zeventienjarige terecht in de VS, waar hij twee weken lang een cursus volgde. “Ik wist eigenlijk niet goed wat ik wilde worden. Ik dacht aan dierenarts en archeoloog, maar dat trok mij toch niet zo. De preparateur in Amerika vond het grappig om een zeventienjarig jongen uit Europa zijn kennis over te dragen en daarom mocht ik de cursus voor de helft van het geld doen.”
Waar komt die fascinatie voor het opzetten van dode dieren eigenlijk vandaan? “Ik weet het niet precies”, aldus Bisseling. “Ik ging vaak met mijn ouders op vakantie naar Oostenrijk en daar zie overal opgezette dieren. In hotels, restaurants. Het is daar heel gewoon. Misschien dat ik er zo mee in aanraking ben gekomen. Daarnaast had je in mijn jeugd nog geen X-box. Je speelde gewoon buiten, in de natuur. Ik weet nog dat ik een keer een dode mus vond en heb geprobeerd deze op te zetten, dat lukte natuurlijk totaal niet.”
Jarenlang had hij een eigen zaak bij zijn ouderlijk huis. “Daar ben ik begonnen. Een goede dierenpreparateur worden betekent heel veel oefenen. Je moet het gewoon doen. Nadat ik naar Wageningen verhuisde heb ik de zaak in Elst gehouden, totdat ik een huis in Renkum kocht en daar een grote schuur bij zat. Daar moest wel flink aan verbouwd worden, maar ongeveer een jaar geleden ben ik daar begonnen met mijn werk.”
De werkplaats van Bisseling is nu zo goed als helemaal af. Bij binnenkomst zie je een hoop opgezette dieren. Van vlinders tot vissen en van vossen tot zebra’s. “Meestal werk ik in opdracht van een particulier of een museum. Dat kan zelfs internationaal. Het is een heel klein wereldje en de meeste opdrachten komen door mond op mond reclame binnen. Het werk is niet goedkoop, ik zeg altijd ‘het is niet duur, maar wel een hoop geld’. Er gaat heel veel tijd in zitten, maar ik probeer zo efficiënt mogelijk te werken door bijvoorbeeld aan vijf vogellichaampjes tegelijkertijd te werken. Dan zit je in een flow en gaat het sneller.”
Na twintig jaar is hij nog steeds niet uitgekeken op het werk. “Ik blijf het fascinerend vinden, hoe je iets dat vergankelijk is toch kunt behouden. Doel is om een dier zo natuurgetrouw op te zetten. Daarnaast is het dierenrijk zelf heel bijzonder. Al die details die je van een afstandje of de buitenkant niet kunt zien. Dat zie ik allemaal wel.”
Meer informatie over Dierenpreparateur A.A.& S op:
www.dierenpreparateur.nl

reageer als eerste
Meer berichten