Foto:

Ooggetuigenverhalen Slag om Arnhem

Door Jet Kooderings

Het begon allemaal in 2012 naar aanleiding van een advertentie, waarin burgers werden gezocht die burgers wilden interviewen, die ooggetuigen waren van de Slag om Arnhem.

OOSTERBEEK - Het was een pilot van de toenmalige directeur van het Airborne Museum, samen met welzijnsorganisatie Solidez. Aaltje den Boer-van der Schouw reageerde en nu, zes jaar later, is ze nog altijd actief als verhalenvastlegger. "Ik heb al vijfenvijftig mensen geïnterviewd en nog steeds zijn er ooggetuigen die hun verhaal willen vertellen", aldus Aaltje den Boer in haar gezellige appartement in Oosterbeek. De reden dat mensen er nu pas toe komen om te vertellen wat hen is overkomen in de septemberdagen van 1944, heeft volgens Aaltje verschillende redenen. "Jarenlang hebben ze er niet over gepraat, maar bij het ouder worden realiseren ze zich dat het toch belangrijk is om hun verhaal een keer te vertellen en vast te laten leggen."

Belangrijk om
vast te leggen

De openheid waarmee mensen dat doen verbaast Aaltje, evenals het vertrouwen dat de mensen haar geven. Soms geneerden mensen zich voor het feit dat ze dagen in dezelfde kleren rondliepen en dat er geen toilet was. Maar dat zijn ondergeschikte details, het gaat om hún verhaal. Velen hebben die septemberdagen in een kelder doorgebracht, hebben familieleden verloren en moesten daarna evacueren. "Evacueren? Helemaal niet, we moesten vluchten, we hadden niets gepland en konden niets meenemen", aldus een van de geïnterviewden. De meeste mensen vluchtten naar Apeldoorn of de kant van Ede op. Vaak werden er risico's genomen waarvan men zich achteraf pas realiseerde hoe gevaarlijk het was. "Er zijn verhalen bij die me erg geraakt hebben, zoals dat van een moeder die ziek was en met haar baby van hot naar her werd gestuurd en nergens medicijnen kon krijgen", geeft Aaltje aan. Als kind wilde Aaltje, die in 1947 is geboren, van alles weten van wat er in de oorlog was gebeurd. Ze vroeg zich af hoe dat zat met die Joden in de trein en waarom ze niet konden ontsnappen, zoals een kind zich dat kan afvragen. Haar vader en moeder spraken er niet veel over, ze hadden de instelling, die velen hadden, 'dat moet je niet oprakelen, daar word je alleen maar akelig van'. Het gezin Van der Schouw woonde in die septemberdagen aan de Veritasweg in Oosterbeek en de drie oudste kinderen waren al geboren. Soms hoort Aaltje wel eens wat van haar oudere broer, die zeven jaar was in die tijd en natuurlijk kent ze het verhaal van haar oom, die in september 1944 is omgekomen. Ook weet Aaltje dat er een onderduiker in hun huis was. ,,Die oorlog houdt me bezig, ik vind het verschrikkelijk dat er nog steeds overal oorlog is", verzucht Aaltje. Juist om de nu opgroeiende generatie bewust te maken van wat oorlog inhoudt, vindt Aaltje het belangrijk om deze geschiedenis op te schrijven. ,,Van militairen weten we alles, maar van gewone burgers haast niets", is haar motivatie. Aaltje laat de ooggetuigen vertellen en geeft alles wat er gezegd is letterlijk weer. Hierdoor is het net alsof je de mensen hoort praten. Naast het opschrijven van al die verhalen, digitaliseert Aaltje sinds vorig jaar de verhalen ook voor het archief.

Nog steeds is er behoefte aan nieuwe ooggetuigen, zij worden opgeroepen om zich te melden bij het Airborne Museum via info@airbornemuseum.nl of (026) 3337710.

Meer berichten